cp

CP(1)                       General Commands Manual                      CP(1)



NAAM
       cp - kopiëer bestanden en directories

OVERZICHT
       cp [OPTIES] BRON DOEL
       cp [OPTIES] BRON[NEN...] DIRECTORIE

       POSIX opties: [-fipRr] [--]

       GNU opties (kortste vorm): [-abdfilprsuvxPR] [-S ACHTERVOEGSEL]
       [-V [numbered|existing|simple]] [--sparse=WANNEER] [--help] [--version]
       [--]

BESCHRIJVING
       cp Kopieert bestanden (en optioneel directories): een bestand kan naar
       een gegeven plaats worden  gekopieerd, of een willekeurig aantal
       bestanden kunnen naar een doel-directorie worden gekopieerd.

       Als het laatste argument een bestaande directorie benoemt, dan kopieert
       cp elk BRON bestand naar die directorie (met behoud van dezelfde naam).
       Anders, als maar twee bestanden worden gegeven, kopieert cp het eerste
       bestand naar het tweede bestand. Het is een fout als het laatste
       argument geen directorie is en meer dan twee niet-optie argumenten zijn
       gegeven.

       (Dus als /b een directorie is dan zal `cp -r /a /b' /a naar /b/a en a/x
       naar /b/a/x kopiëren; maar het zal /a naar /b en /a/x naar /b/x
       kopiëren als /b geen directorie is.)

       De toestemmingen van de gemaakte bestanden en directories zullen
       hetzelfde zijn als die van de originele bestanden, geEN't met 0777 en
       aangepast door het umask van de gebruiker (tenzij de -p optie werd
       gegeven).  (Maar gedurende recursief kopiëren van directories krijgen
       nieuw gemaakte directories tijdelijk hun uiteindelijke modes geOF't met
       S_IRWXU (0700), zodat het proces de nieuwe directory kan lezen,
       schrijven en doorzoeken.)

       Bij het kopiëren van een bestand naar zichzelf wordt niets gedaan
       (behalve eventueel het produceren van een foutmelding).  Bij kopiëren
       naar een ander bestand wordt dat bestand geopend met `open(pad,
       O_WRONLY | O_TRUNC)'.  Bij kopiëren naar een nieuw bestand wordt dat
       bestand gemaakt met `open(pad, O_WRONLY | O_CREAT, mode)'.  Als dit
       mislukt, het bestand bestond al, en de -f optie werd gegeven, dan
       probeert cp om het bestaande bestand te schrappen (unlink(2)), en als
       dit succesvol is gaat het door als voor een nieuw bestand.


POSIX OPTIES
       POSIX herkent vier en een halve opties:

       -f     Verwijdert bestaande doel bestanden als nodig. (Zie boven.)

       -i     Prompt voor de vraag of een bestaand regulier doel-bestand moet
              worden overschreven. (Schrijf een vraag naar stderr, en lees het
              antwoord van stdin. Alleen kopiëren bij bevestigend antwoord.)

       -p     Behoudt de originele bestand eigenaar, groep en toestemmingen
              (inclusief de setuid en setgid bits), tijd van de laatste
              aanpassing en tijd van de laatste toegang.  In het geval dat
              kopiëren van eigenaar of groep mislukt, worden de setuid en
              setgid bits gewist.  (Merk op dat naderhand bron en kopie andere
              toegangstijden kunnen hebben voor laatste toegang, omdat de
              kopieer operatie een toegang tot het bron bestand is.)

       -R     Kopieer directorie recursief, en doe het juiste wanneer objecten
              anders dan reguliere bestanden of directories worden
              tegengekomen.  (Dus, de kopie van een FIFO of speciaal bestand
              is een FIFO of speciaal bestand.)

       -r     Kopieer directorie recursief, en doe iets onbepaalds met
              objecten anders dan reguliere bestanden of directories.  (Dus
              het is toegestaan -in feite aangemoedigd- om de -r optie als
              synoniem voor -R te hebben. Maar vreemd gedrag, zoals dat van de
              huidige GNU versie van cp (zie onder), is niet verboden.)

       --     Beëindig de opties lijst.

GNU DETAILS
       Over het algemeen worden bestanden geschreven net zoals ze worden
       gelezen.  Voor uitzonderingen zien de --sparse optie onder.

       Standaard kopieert `cp' geen directories (zie -r onder).

       cp Weigert over het algemeen om een bestand naar zichzelf te kopiëren,
       met de uitzondering: als --force --backup werd opgegeven met gelijke
       bron en doel bestanden en waar het om een normaal {of: regulier}
       bestand gaat, zal cp een backup bestand maken, òf normaal òf
       genummerd, zoals opgegeven volgens de gebruikelijke weg. Dit is
       bruikbaar als u eenvoudig een backup wilt maken van een bestaand
       bestand vóór het te veranderen.

GNU OPTIES
       -a, --archive
              {--archief} Behoudt zoveel als mogelijk van de structuur en
              eigenschappen van het originele bestand in de kopie (maar
              behoudt niet de directorie structuur).  Gelijk aan -dpR.

       -d, --no-dereference
              {--geen-verwijzing} Kopieer symbolische koppelingen inplaats van
              de bestanden waar ze heen wijzen, en behoudt harde koppelingen
              tussen bron bestanden in de kopieën.

       -f, --force
              {--kracht} Verwijder bestaande doel-bestanden, en prompt nooit.

       -i, --interactive
              {--interactief} Prompt om te vragen of bestaande reguliere
              bestanden overschreven moeten worden.

       -l, --link
              {--koppeling} Maak harde koppelingen inplaats van kopieën van
              niet-directories.

       -p, --preserve
              {--behoudt} Behoudt de originele eigenaar, groep, permissies en
              tijdstempels van bestanden.

       -P, --parents
              {--ouders} Vorm de naam van elk doel-bestand door achter de
              doel-directorie een slash te zetten, en dan de opgegeven naam
              van het bronbestand te zetten, missende directories makend als
              nodig.  Het laatste argument dat aan cp wordt gegeven, moet de
              naam van een bestaande directorie zijn, bijvoorbeeld de
              opdracht:
                  cp --parents a/b/c bestaande_dir
              kopieert het bestand `a/b/c' naar `bestaande_dir/a/b/c',
              missende directories creërend als nodig.

       -r     Kopieer directories recursief, kopieer niet-directories en niet-
              symbolische koppelingen (dat is, FIFO's en speciale bestanden)
              alsof het gewone bestanden zijn. Dit betekend een poging de data
              in elk bronbestand te lezen, en het gelezene naar het
              doelbestand te schrijven.  Dus, met deze optie kan `cp' zeer wel
              hangen, door het blijven lezen in een FIFO of /dev/tty.  (Dit is
              een bug. Het betekend dat u -r moet ontwijken en -R gebruiken
              als u niet weet wat in de boom is die u gaat kopiëren. Het
              openen van een onbekend apparaat bestand, zeg een scanner, heeft
              onbepaalde effecten op de hardware.)

       -R, --recursive
              {--recursief} Kopieer directories recursief, behoudt niet-
              directories (zie -r vlak boven).

       --sparse=WANNEER
              {--mager=} Een `mager bestand' {eng: sparse} bevat `gaten' -
              series nul-bytes die geen fysieke disk blokken innemen; de
              `read' systeem aanroep leest dit als nullen. Dit kan
              aanzienlijke schijfruimte schelen en de snelheid doen toenemen,
              omdat vele binaire bestanden een heleboel opeenvolgende nul-
              bytes bevatten. Standaard bemerkt cp gaten in de invoer bron
              bestanden met een groffe heuristiek en maakt dan het
              bijbehorende uitvoerbestand ook mager.

              De WANNEER waarde kan één van het volgende zijn:

              auto   Het standaard gedrag: het uitvoerbestand is mager als het
                     invoerbestand mager is.

              always Maak uitvoerbestanden altijd mager. Dit is handig voor
                     als het invoerbestand zich bevind op een bestandsysteem
                     dat magere bestanden niet ondersteunt, maar het
                     uitvoerbestand gaat naar een bestandsysteem dat dat wel
                     doet.

              never  Maak het uitvoerbestand nooit mager. Als u een toepassing
                     voor deze optie weet, laat het ons weten...

       -s, --symbolic-link
              {--symbolische-koppeling} Maak symbolische koppelingen inplaats
              van kopieën van niet-directories.  Alle bronbestand-namen
              moeten absoluut zijn (starten met `/'), tenzij de doelbestanden
              in de huidige directorie zitten. Deze optie resulteert slechts
              in een foutmelding op systemen die symbolische koppelingen niet
              ondersteunen.

       -u, --update
              {--bijwerken} Kopieer niet als een niet-directorie een bestaand
              doel heeft met dezelfde of nieuwere aanpassingstijd.

       -v, --verbose
              {--praatgraag} Druk de naam van elk bestand af vóór het
              kopiëren.

       -x, --one-file-system
              {--één-bestandsysteem} Sla subdirectories over die op andere
              bestandsystemen zitten dan degene waar het kopiëren op startte.

GNU BACKUP OPTIES
       De GNU versies van programma's zoals cp, mv, ln, install en patch
       kunnen een backup maken van bestanden die zullen worden overschreven,
       veranderd, of vernietigd als dat gewenst wordt. Het maken van backups
       wordt opgegeven door de -b optie, hoe ze genoemd moeten worden door de
       -V optie.  In het geval de naam van een backup bestand wordt gemaakt
       door het toevoegen van een achtervoegsel aan een bestandnaam, kan dat
       achtervoegsel gegeven worden met de -S optie.

       -b, --backup
              {--backup} Maak backups van bestanden die zullen worden
              overschreven of verwijderd.

       -S ACHTERVOEGSEL, --suffix=ACHTERVOEGSEL
              Voeg ACHTERVOEGSEL aan elk backup-bestand toe.  Als deze optie
              niet wordt gegeven, wordt de waarde van de SIMPLE_BACKUP_SUFFIX
              omgevingsvariabele gebruikt. En als SIMPLE_BACKUP_SUFFIX niet is
              gezet, wordt de standaardwaarde `~' genomen.

       -V METHODE, --version-control=METHODE
              {--versie-controle=} Bepaal hoe backup bestanden worden genoemd.
              Het METHODE argument kan `numbered' (of `t'), `existing' (of
              `nil'), of `never' (of `simple' zijn {respectievelijk genummerd,
              bestaand, nooit, simpel}.  Als deze optie niet wordt gegeven,
              wordt de waarde van de VERSION_CONTROL omgevingsvariabele
              gebruikt. En als VERSION_CONTROL niet is gezet, is de standaard
              `existing'.

              Deze optie komt overeen met de Emacs variabele `version-
              control'.  De geldige METHODE's zijn (unieke afkortingen worden
              geaccepteerd):

              t, numbered
                     Maak altijd genummerde backups.

              nil, existing
                     Maak genummerde backups van bestanden die ze al hebben,
                     `simple' backups voor anderen.

              never, simple
                     Maak altijd simpele backups.

GNU STANDAARD OPTIES
       --help {--hulp} Geef een gebruik bericht op de standaard uitvoer en
              eindig succesvol.

       --version
              {--versie} Druk versie informatie af op de standaard uitvoer,
              eindig dan succesvol.

       --     Beëindig opties lijst.

OMGEVING
       De variabelen LANG, LC_ALL, LC_COLLATE, LC_CTYPE en LC_MESSAGES hebben
       de gebruikelijke betekenis. Voor de GNU versie bepalen
       SIMPLE_BACKUP_SUFFIX en VERSION_CONTROL de backup bestandnamen, zoals
       boven beschreven.

VOLDOET AAN
       POSIX 1003.2

OPMERKINGEN
       Deze handleiding beschrijft cp zoals te vinden in het `fileutils-4.0'
       pakket; andere versies kunnen enigszins afwijken. Mail correcties en
       aanvullingen naar aeb@cwi.nl.  Rapporteer bugs in het programma aan
       fileutils-bugs@gnu.ai.mit.edu.

ZIE
       mv(1)

       De korte handleiding voor cp is beschikbaar via `man -e kort 1 cp`.


VERTALING
       Dit is de handleiding van cp 4.0.  Alles wat tussen `{'..`}' staat is
       aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele handleiding.
       Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: cp.1,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $



GNU fileutils 4.0                November 1998                           CP(1)