fgets

GETS(3)                 Linux Programmeurs Handleiding                 GETS(3)



NAAM
       fgetc, fgets, getc, getchar, gets, ungetc - invoer van karakters en
       strings {karaktersnoeren}

OVERZICHT
       #include <stdio.h>

       int fgetc(FILE *stroom);
       char *fgets(char *buf, int grootte, FILE *stroom);
       int getc(FILE *stroom);
       int getchar(void);
       char *gets(char *buf);
       int ungetc(int kar, FILE *stroom);

BESCHRIJVING
       fgetc() Leest het volgende karakter van stroom en geeft het terug als
       een unsigned char naar een int gecast, of EOF bij einde van bestand of
       een fout.

       getc() Is gelijk aan fgetc() behalve dat het geïmplementeerd kan zijn
       als een macro die stroom meer dan één keer onderzoekt.

       getchar() is gelijk aan getc(stdin).

       gets() leest een regel van stdin in de buffer verwezen naar door buf
       tot óf een afsluitende nieuweregel óf EOF, wat vervangen wordt door
       een '\0'.  Geen test op buffer-overloop wordt uitgevoerd (zie BUGS
       onder).

       fgets() leest maximaal één minder dan grootte karakters van stroom
       in, en bewaart ze in de buffer verwezen naar door buf.  Lezen stopt na
       een EOF of een nieuweregel. Als een nieuweregel gelezen wordt, wordt
       het bewaard in de buffer. Een '\0' wordt opgeslagen direct achter het
       laatste gelezen karakter in de buffer.

       ungetc() drukt kar terug in stroom, gecast naar een unsigned char, waar
       het beschikbaar wordt voor volgende lees operaties. Teruggedrukte
       karakters zullen in omgekeerde volgorde gelezen worden; echter één
       terug-drukking wordt maar gegarandeerd.

       Aanroepen naar de hier beschreven de functies kunnen vermengd worden
       met elkaar, en met aanroepen naar andere invoer functies van de stdio
       bibliotheek voor dezelfde invoerstroom.

EIND WAARDE
       fgetc(), getc() En getchar() geven het gelezen karakter terug als een
       unsigned char gecast naar een int, of EOF bij einde van bestand of een
       fout.

       gets() en fgets() geven buf bij slagen, of `NULL' bij een fout en
       wanneer einde van bestand optreedt terwijl geen karakters gelezen
       werden.

       ungetc() geeft kar bij slagen, of EOF bij een fout.

VOLDOET AAN
       ANSI - C, POSIX.1

BUGS
       Gebruik nooit gets().  Omdat het onmogelijk is om erachter te komen
       -zonder de gegevens van te voren te kennen- hoeveel karakters gets()
       zal gaan lezen, en omdat gets() doorgaat met opslaan van karakters na
       het einde van de buffer, is het extreem gevaarlijk bij gebruik. Het is
       gebruikt om computer beveiliging te breken. Gebruik fgets() inplaats
       hiervan.

       Het wordt niet aangeraden om aanroepen naar invoer functies van de
       stdio bibliotheek met laag-niveau aanroepen naar read(2) te mengen voor
       de bestandindicator die bij de invoerstroom hoort; de resultaten zullen
       onbepaald zijn, en zeer waarschijnlijk niet wat u wilt.

ZIE OOK
       read(2) {lees}, write(2) {schrijf}, fopen(3) {openen}, fread(3) {lees},
       scanf(3) {inlezen}, puts(3) {plaatsen}, fseek(3) {zoek}, ferror(3)
       {fout}


VERTALING
       Dit is een handleiding uit manpages-dev 1.34.  Alles wat tussen
       `{'..`}' staat is aanvullende vertaling, en hoort niet bij de originele
       handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: gets.3,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $



GNU                              April 4, 1993                         GETS(3)