ls

LS(1)                                 FSF                                LS(1)



NAAM
       ls, dir, vdir - geef directorie inhoud weer

OVERZICHT
       ls [OPTIE]... [BESTAND]...
       dir [OPTIE]... [BESTAND]...
       vdir [OPTIE]... [BESTAND]...

       POSIX opties: [-CFRacdilqrtu1] [--]

       GNU opties (kortste vorm): [-1abcdfghiklmnopqrstuvwxABCDFGHLNQRSUX] [-w
       KOLOMMEN] [-T  KOLOMMEN] [-I  PATROON] [--full-time]
       [--show-control-chars] [--block-size=GROOTTE]
       [--format=[long|verbose|commas|across|vertical|single-column]]
       [--sort=[none|time|size|extension]]
       [--time=[atime|access|use|ctime|status]] [--color[=[none|auto|always]]]
       [--help] [--version] [--]

BESCHRIJVING
       Het ls programma geeft bestands-status-informatie over de bestanden die
       als argumenten aan het programma worden gegeven.  Directories en hun
       inhoud worden als laatste gegeven, ook als de directorie-argumenten
       eerder op de opdrachtregel staan.  Opties en bestand-argumenten kunnen
       gemengd worden.

       Voor directories geeft ls standaard de inhoud van de directorie, maar
       niet recursief en bestanden beginnend met `.'  weglatend. Voor andere
       niet-optie argumenten geeft ls standaard alleen de bestandnaam. Als
       alleen optie argumenten worden gespecificeerd, geeft ls de inhoud van
       de huidige directorie.

       Standaard wordt de inhoud alphabetisch geordend. Als de uitvoer naar
       een terminal gaat is de uitvoer in kolommen (verticaal gesorteerd) en
       worden controle-karakters uitgevoerd als vraagtekens; anders wordt de
       uitvoer één per regel gegeven, en controle-karakters worden als
       zichzelf uitgevoerd.

       dir (soms ook geïnstalleerd als d ) is een verkorte ls; het is
       equivalent met ls -C -b ; dat wil zeggen, bestanden worden weergegeven
       in verticaal gesorteerde kolommen, en speciale tekens worden
       gerepresenteerd door escape codes.

       vdir (soms ook geïnstalleerd als v ) is een verbose ls; het is
       equivalent met ls -l -b ; dat wil zeggen, bestanden worden weergegeven
       in lang formaat en speciale tekens worden gerepresenteerd door escape
       codes.

       Omdat `ls' zo'n fundamenteel programma, is heeft het door de jaren heen
       vele opties verzameld. Deze worden onder beschreven; binnen elk deel
       worden de opties alphabetisch gegeven (verschil hoofd/kleine-letters
       negerend).  Het onderscheid in delen is niet absoluut, omdat sommige
       opties meer dan één aspect van `ls''s uitvoering beïnvloeden.

   Welke bestanden
       Deze opties bepalen over welke bestanden `ls' informatie geeft.
       Standaard worden alle bestanden, en de inhoud van alle directories op
       de opdrachtregel getoond.

       -a, --all
              {--alles} Geef alle bestanden in directories, ook ingangen
              startend met `.'

       -A, --almost-all
              {--bijna-alles} Geef alle bestanden in directories, behalve `.'
              en `..'

       -B, --ignore-backups
              {--negeer-backups} Geef geen bestanden die eindigen op `~',
              tenzij ze op de opdrachtregel worden gegeven.

       -d, --directory
              {--directorie} Geef alleen de namen van directories zoals bij
              andere soorten bestanden, in plaats van het geven van hun
              inhoud.

       -I PATROON, --ignore=PATROON
              {--negeer=} Geef geen bestanden wiens naam het shellpatroon
              PATROON past (dit is niet een reguliere expressie), tenzij ze
              gegeven worden op de opdrachtregel. Zoals in de shell komt een
              `.'  als eerste in een bestandnaam niet overeen met een wildcard
              {nl: joker} aan het begin van het patroon. Soms is het nuttig
              deze optie meerdere keren te geven, bijvoorbeeld:

              $ ls --ignore='.??*' --ignore='.[^.]' --ignore='#*'

              De eerste optie negeert namen met een lengte van drie of meer
              die starten met een `.', het tweede argument negeert alle twee-
              karakter namen startend met `.', behalve `..', en het derde
              argument negeert namen die starten met #.

       -L, --dereference
              {--verwijzing} Geef in een uitgebreide opgave, informatie (dat
              is, tijden en toestemmingen) over waar symbolische koppelingen
              naar verwijzen, in plaats van over de symbolische koppelingen
              zelf.

       -R, --recursive
              {--herhaaldelijk} Geef de inhoud van directories recursief.

   Welke informatie
       Deze opties beïnvloeden de informatie die `ls' geeft. Standaard worden
       alleen bestandnamen gegeven.

       -D, --dired
              {--gedirt} Geef in de uitgebreide opgave (`-l') vorm een extra
              regel na de hoofd uitvoer.

              //DIRED// BEG1 EIND1 BEG2 EIND2 ...

              De BEGN en EINDN zijn unsigned integers {nl: hele positieve
              getallen} die de byte positie van elk begin en eind van alle
              bestandnamen in de uitvoer bevatten. Dit maakt het makkelijk
              voor Emacs om de bestandnamen te vinden zonder fantasievolle
              zoekmethoden, ook als ze vreemde karakters zoals spaties of
              nieuweregels bevatten.

              Als directories recursief worden gegeven (`-R') voer dan een
              soortgelijke regel uit na elke subdirectorie:
              //SUBDIRED// FORMAT BEG1 EIND1 ...

              Geef uiteindelijk een regel in de vorm:
              //DIRED-OPTIONS// --quoting-style=WOORD
              Waar WOORD de quoting stijl is (zie "Opmaken bestandnamen",
              onder).

       -G, --no-group
              {--geen-groep} Voorkom afdrukken van groep informatie in de
              uitgebreide opgave. (Dit is standaard op sommige niet-GNU
              versies van `ls', dus voor overdraagbaarheid hebben we in deze
              optie voorzien.)

       -h, --human-readable
              {--menselijk-leesbaar} Voeg een grootheid-letter toe, zoals `M'
              voor megabytes, voor elke grootte.  Eenheden van 1024 worden
              gebruikt, niet 1000; `M' staat voor 1.048.567 bytes.  Gebruik de
              `-H' of de `--si' optie als eenheden van 1000 gewenst zijn.

       -H, --si
              Voeg een grootheid-letter toe, zoals `M' voor megabytes, voor
              elke grootte.  (SI is het internationale systeem voor eenheden,
              die deze letters als voorvoegsels definieert). Eenheden van 1000
              worden gebruikt, niet 1024; `M' staat voor 1.000.000 bytes.
              Gebruik de `-h' of `--human-readable' optie als eenheden van
              1024 gewenst zijn.

       -i, --inode
              {--inode} Druk het inode-nummer af (ook wel het bestand serie-
              nummer genoemd, of -index nummer), van elk bestand, links van de
              bestandnaam (dit is een uniek identificatienummer voor elk
              bestand op een bepaald bestandsysteem).

       -l, --format=long, --format=verbose
              {--vorm={lang, praatgraag}} Druk in aanvulling op de naam van
              elk bestand: de bestandsoort, toestemmingen, aantal harde
              koppelingen, naam van de eigenaar, groep naam, grootte in bytes,
              en tijdstempel (standaard, de aanpassingstijd) af. Voor
              bestanden met een meer dan een half jaar oude tijd, of een tijd
              van meer dan een uur in de toekomst, bevat de tijdstempel het
              jaar, in plaats van de tijd op de dag.

              Voor elke directorie wordt het aantal blokken dat door de
              bestanden in die directorie wordt ingenomen op harde schijf
              gegeven vóór de bestanden zelf, in een regel met de vorm
              `totaal BLOKKEN'.  De standaard blokgrootte is momenteel 1024
              bytes, maar dat kan opzij gezet worden (zie optie --block-size,
              onder). Het berekende BLOK aantal telt elke harde koppeling
              apart, maar  er zijn argumenten te verzinnen waarom dit geen
              goede eigenschap is.

              De gegeven toestemmingen lijken op de symbolische mode
              specificatie, maar `ls' combineert meerdere bits in het derde
              karakter in elke set permissies als volgt:


              `s'    Als het `setuid' of `setgid' bit en de bijbehorende
                     uitvoerbaarheid beiden zijn gezet.

              `S'    Als het `setuid' of `setgid' bit is gezet, maar de
                     bijbehorende uitvoerbaarheid is niet gezet.

              `t'    Als het sticky {nl: plakkerige} bit en het "andere"
                     uitvoerbare bit beide zijn gezet.

              `T'    Als het sticky bit is gezet, maar het "andere"
                     uitvoerbare bit niet is gezet.

              `x'    Als het uitvoerbaar bit is gezet, en niets van het
                     bovenstaande opgaat.

              `-'    Anders.

              Volgend op de toestemmings-bits is een enkel karakter dat
              aangeeft of er een alternatieve toegangsmethode opgaat voor het
              bestand. Wanneer dat karakter een spatie is, is er geen
              alternatieve toegangsmethode. Wanneer het een afdrukbaar
              karakter is (dat is, `+'), dan is er zo'n methode.

       -o     Produceer uitgebreide vorm directorie opgave, maar geef geen
              groep informatie. Dit is gelijk aan `--format=long' met
              `--no-group'.  In deze optie werd voorzien voor gelijkvormigheid
              met andere versies van `ls'.

       -s, --size
              {--grootte} Druk de ruimte die elk bestand toegewezen is op de
              harde schijf links van de bestandnaam af. Dit is de schijfruimte
              verbruikt door het bestand, wat gewoonlijk een beetje meer is
              dan de grootte van het bestand, maar het kan minder zijn als het
              bestand gaten heeft.

              Normaal wordt de schijf-toewijzing afgedrukt in eenheden van
              1024 bytes, maar dat kan opzij gezet worden (zie --block-size).

              Voor bestanden die met NFS zijn gemount vanaf een HP-UX systeem,
              naar een BSD systeem, rapporteert deze optie groottes die de
              helft van de correcte waardes zijn. Op HP-UX systemen
              rapporteert het groottes die tweemaal groter zijn dan de
              correcte waardes voor bestanden die met NFS zijn gemount vanaf
              BSD systemen. Dit komt door een fout in HP-UX; het beïnvloedt
              het HP-UX `ls' programma ook.

   Uitvoer sorteren
       Deze opties veranderen de volgorde waarin `ls' de informatie sorteert
       die het uitvoert. Standaard wordt gesorteerd op karakter code (dat is,
       ASCII volgorde).

       -c, --time=ctime, --time=status, --time=use
              {--tijd={verander tijd, status, gebruik}} Als de uitgebreide
              opgave wordt gebruikt (dat is, `-l', `-o', druk de tijd af
              waarop de status veranderde (`ctime' in de inode), in plaats van
              de modificatie tijd. Wanneer de uitgebreide vorm niet wordt
              gebruikt, of expliciet op tijd wordt gesorteerd (`--sort=time'
              of `-t'), sorteer op status veranderingstijd.

       -f     Hoofdzakelijk zoals `-U': niet sorteren; geef de bestanden in de
              volgorde waarin ze zijn opgeslagen in de directorie. Maar ook:
              zet `-a' aan (geef alle bestanden), en zet `-l', `--color', en
              `-s' uit (als ze vóór `-f' werden opgegeven).

       -r, --reverse
              {--omkeren} Keer de volgorde van sorteren om, wat de
              sorteermethode ook is: geef bestanden in omgekeerde alfabetische
              volgorde, jongste eerst, kleinste eerst, of wat dan ook.

       -S, --sort=size
              Sorteer op bestand grootte, grootste eerst.

       -t, --sort=time
              {--sorteer=tijd} Sorteer op modificatie-tijd, (de `mtime' in de
              inode), nieuwste eerst.

       -u, --time=atime, --time=access
              Als een uitgebreide opgavevorm (dat is, `--format=long') wordt
              gebruikt, druk de laatste toegangstijd (de `atime' in de inode)
              af. Sorteer volgens toegangstijd wanneer expliciet gesorteerd
              wordt op tijd (`--sort=time' of `-t'), of bij het niet gebruiken
              van een uitgebreide opgavevorm.

       -U, --sort=none
              {--sorteer=niet} Sorteer niet; geef de bestanden in de volgorde
              waarin ze in de directorie staan (doe geen van de ongerelateerde
              zaken die `-f' doet). Dit is vooral handig voor de uitvoer van
              hele grote directories, omdat niet sorteren merkbaar sneller kan
              zijn.

       -v, --sort=version
              {--sorteer=versie} Sorteer op versie naam en nummer, laagste
              eerst. Het gedraagt zich als een standaard sorteer, behalve dat
              elke rij decimale cijfers numeriek wordt behandeld zoals in
              index/versie nummer (zie voor meer details "Versie sorteer
              details" onder).

       -X, --sort=extension
              {--sorteer=extensie} Sorteer de inhoud van een directorie op
              extensie (karakters na de laatste `.'); bestanden zonder
              extensie worden eerst gegeven

   Versie sorteer details
       Het versie-sorteren houdt rekening met het feit dat bestandnamen vaak
       indexen en/of versienummers bevatten. Standaard sorteren produceert
       vaak niet het soort volgorde dat mensen verwachten, omdat
       vergelijkingen karakter voor karakter worden gedaan. De versie-sorteer
       lost dat probleem op, en is vooral nuttig voor het surfen door
       directories die veel bestanden met indexen en/of versienummers
       bevatten.

           % ls -1             % ls -1v
           foo-zml-1.gz        foo-zml-1.gz
           foo-zml-100.gz      foo-zml-2.gz
           foo-zml-12.gz       foo-zml-6.gz
           foo-zml-13.gz       foo-zml-12.gz
           foo-zml-2.gz        foo-zml-13.gz
           foo-zml-25.gz       foo-zml-25.gz
           foo-zml-6.gz        foo-zml-100.gz

       Merk ook op dat numerieke delen met voorlopende nullen als fracties
       worden opgevat:

           % ls -1             % ls -1v
           abc-1.007.tgz       abc-1.007.tgz
           abc-1.012b.tgz      abc-1.01a.tgz
           abc-1.01a.tgz       abc-1.012b.tgz


   Algemeen uitvoer opmaken
       Deze opties beïnvloeden de verschijning van de algemene uitvoer.

       -1, --format=single-column
              {--vorm=enkele-kolom} Geef één bestand per regel. Dit is de
              standaard voor `ls' wanneer de standaarduitvoer geen terminal
              is.

       -C, --format=vertical
              {--vorm=verticaal} Geef bestanden in kolommen, verticaal
              gesorteerd. Dit is de standaard voor `ls' wanneer de
              standaarduitvoer geen terminal is. Dit is altijd de standaard
              voor de `dir' en `d' programma's. GNU `ls' gebruikt variabele
              breedte kolommen om zoveel mogelijk bestanden in zo weinig
              mogelijk regels te laten zien.

       --color[=WANNEER]
              {--kleur[=]} Bepaal of kleur gebruikt wordt om bestandsoorten te
              onderscheiden.  WANNEER Kan weggelaten worden of, één van de
              volgende zijn:

              never  {nooit} gebruik nooit kleur

              always {altijd} gebruik altijd kleur

              auto   {automatisch} gebruik alleen kleur als de
                     standaarduitvoer een terminal is

              Opgeven van `--color' zonder WANNEER is gelijk aan
              `--color=always'.

       -F, --classify, --indicator-style=classify
              {--classificeer} {--aanmerken-stijl=classificeren} Voeg een
              karakter toe (een van */=@|) aan elk bestand dat zijn soort
              aangeeft.  Geef reguliere bestanden die uitvoerbaar zijn een
              `*'.  De bestandsoort-tekens zijn: `/' voor directories, `@'
              voor symbolische koppelingen, `|' voor FIFO's, `=' voor sockets,
              en niets voor reguliere bestanden.

       --full-time
              {--hele-tijd} Geef volledige datum en tijd in plaats van de
              standaard afkortingslogica.  De vorm is gelijk aan de
              standaarduitvoer van `date'; het is niet mogelijk om dit te
              veranderen, maar u kunt de datum string eruitknippen met `cut'
              en het resultaat aan `date -d' geven.

              Dit is heel bruikbaar omdat de tijdstempel de seconden bevat.
              (Unix bestandsystemen bewaren bestand-tijdstempels alleen tot de
              dichtstbijzijnde seconde, dus deze optie geeft alle informatie
              die er is). Dit kan bijvoorbeeld helpen als je een Makefile hebt
              dat bestanden niet correct genereert.

       --indicator-style=WOORD
              {--aanmerken-stijl=} Voeg karakter merktekens toe in de stijl
              van WOORD aan ingang namen, als volgt:

              none   Voeg geen karakter merktekens toe; dit is de standaard

              file-type
                     Voeg `/' toe voor directories, `@' voor symbolische
                     koppelingen, `|' voor FIFO's, `=' voor sockets, en niets
                     voor reguliere bestanden. Dit is gelijk aan de `-p' en
                     `--file-type' opties.

              classify
                     Voeg een `*' karakter toe aan uitvoerbare bestanden,
                     gedraagt zich verder als `file-type'.  Dit is gelijk aan
                     de `-F' en `--classify' opties.

       --block-size=GROOTTE
              {--blok-grootte=} Gebruik GROOTTE-byte blokken. GROOTTE mag ook
              "human-readable", gelijk aan de optie `--human-readable'; of
              "si", gelijk aan de optie `--si' en `-H', zijn.

       -k, --kilobytes
              {--kilobytes} Gelijk aan --block-size=1024

       -m, --format=commas
              {--vorm=komma's} Geef bestanden horizontaal, zoveel als maar op
              een regel passen, gescheiden door `, ', (een komma en een
              spatie).

       -n, --numeric-uid-gid
              {--numerieke-uid-gid} Geef numerieke UIDs en GIDs in plaats van
              namen

       -p, --file-type, --indicator-style=file-type
              {--bestand-soort} {--aanmerken-stijl=bestand-soort} Voeg een
              karakter aan elk bestand toe dat zijn bestandsoort aangeeft.
              Dit is gelijk aan `-F', behalve dat uitvoerbaren niet worden
              gemerkt.

       -x, --format=across, --format=horizontal
              {--vorm=dwarsover} {--vorm=horizontaal} Geef bestanden in
              kolommen, horizontaal gesorteerd.

       -T KOLOMMEN, --tabsize=KOLOMMEN
              {--tabgrootte=} Neem elke tabulatiestop KOLOMMEN kolommen breed.
              De standaard is 8.  `ls' Gebruikt tabulaties in de uitvoer waar
              mogelijk voor efficiëntie. Als KOLOMMEN nul is gebruikt `ls'
              geen tabulaties maar spaties.

       -w, --width=KOLOMMEN
              {--breedte=} Neem de schermbreedte KOLOMMEN kolommen. De
              standaard wordt van de terminal instellingen betrokken als
              mogelijk; anders wordt de omgevingsvariabele `COLUMNS' gebruikt
              als die is gezet; anders is de standaard 80.

   Opmaken bestandnamen
       Deze opties veranderen hoe bestandnamen zelf afgedrukt worden.

       -b, --escape, --quoting-style=escape
              {--escape} {--citeerstijl=escape} Citeer niet-grafische
              karakters in bestandnamen met alphabetische en octale backslash
              codes af, zoals in C {programmeertaal C}.

       -N, --literal
              {--letterlijk} Druk rauwe ingang namen (behandel o.a. controle
              karakters niet speciaal) af, citeer niet.

       -q, --hide-control-chars
              {--verstop-controle-karakters} Druk vraagtekens af in plaats van
              niet-grafische karakters in bestandnamen.  Dit is de standaard
              als de uitvoer een terminal is en het programma `ls' is.

       -Q, --quote-name, --quoting-style=c
              {--citeer-namen} {--citeerstijl=c} Vervat bestandnamen in
              dubbele aanhalingstekens, en citeer niet-grafische karakters
              zoals in C.

       --quoting-style=WOORD
              {--citeerstijl=} gebruik citeerstijl WOORD om uitvoer namen te
              citeren. Het WOORD moet één van de volgende zijn:

              literal
                     {letterlijk} Geef namen zoals ze zijn.

              shell  {shell} Citeer namen voor de shell als ze shell
                     metakarakters bevatten, of dubbelzinnige uitvoer zouden
                     produceren.

              shell-always
                     {shell-altijd} Citeer namen voor de shell, ook als ze
                     normaal geen aanhalingstekens nodig hebben.

              c      {c} Citeer namen zoals voor `C' strings; dit is hetzelfde
                     als de `-Q' en `--quote-names' opties.

              escape {escape} Citeer zoals voor `C', maar laat de omvattende
                     dubbele-aanhalingstekens weg; dit is gelijk aan de `-b'
                     en `--escape' opties.

              locale {locaal} Citeer zoals voor `C', maar gebruik de
                     citeertekens van de huidige localiteit. De citeertekens
                     voor de standaard localiteit zijn ``' en `''.


       --show-control-chars
              {--toon-controle-karakters} laat niet-grafische karakters zoals
              ze zijn. Dit is de standaard tenzij het programma `ls' heet en
              uitvoer naar een terminal gaat.

   Overige opties
       --help {--help} Geef een lijst van alle beschikbare opties en eindig
              succesvol.

       --version
              {--versie} Geef versie informatie en eindig succesvol.

       --     Na deze optie zijn alle argumenten bestandnamen, ook (juist) als
              ze met een streepje beginnen.

       -g     Genegeerd, voor compatibiliteit met Unix.

OMGEVING
       POSIXLY_CORRECT
              Deze variabele bepaald de gebruikte eenheden.

       LS_BLOCK_SIZE, BLOCK_SIZE
              Gebruikte standaard blokgrootte.  `LS_BLOCK_SIZE' Heeft
              voorrang.  Als POSIXLY_CORRECT gezet is en nóg de
              `LS_BLOCK_SIZE', nóg de `BLOCK_SIZE' variabelen zijn gezet, dan
              wordt de standaard blokgrootte 512. Als geen van bovenstaande
              omgevingsvariabelen zijn gezet wordt de standaard waarde 1024
              bytes.

       TABSIZE
              Als POSIXLY_CORRECT niet is gezet, bepaald TABSIZE het aantal
              karakters per tabulatie.

       COLUMNS
              De variabele COLUMNS (wanneer het een geheel decimaal getal
              bevat) bepaald de breedte van de uitvoer-kolommen (voor gebruik
              met de -C optie). Bestandnamen moeten niet afgehakt worden om ze
              in een meerdere kolommen vorm te laten passen.

       LS_COLORS
              Bepaald de kleuren die `ls' gebruikt, zie dircolors(1).

       LANG, LC_ALL, LC_COLLATE, LC_CTYPE, LC_MESSAGES, LC_TIME
              hebben de gebruikelijke betekenis

       TZ     De variabele TZ geeft de tijdzone voor tijd-strings van ls.

       QUOTING_STYLE
              Deze variabele wordt gebruikt om de standaardwaarde voor de
              --quoting-style optie te geven. Dit `valt' momenteel `door' naar
              "none", maar de auteurs hebben gewaarschuwd dat dit in de
              toekomst in "shell" kan veranderen.

AUTEURS
       Geschreven door Richard Stallman en David MacKenzie.

RAPPORTEER BUGS
       Rapporteer bugs bij <bug-fileutils@gnu.org>.

COPYRIGHT
       Copyright © 1999 Free Software Foundation, Inc.
       Dit is vrije software; zie de broncode voor kopieer voorwaarden. Er is
       GEEN aansprakelijkheid; zelfs niet voor VERKOOPBAARHEID of GESCHIKTHEID
       VOOR EEN BEPAALD DOEL.

ZIE OOK
       dircolors(1).

       De korte handleiding voor ls is beschikbaar via `man -e kort 1 ls`.


VOLDOET AAN
       POSIX 1003.2. De volgende opties zijn POSIX opties:
       `-C', `-F', `-R', `-a', `-c', `-d', `-i', `-l', `-q', `-r', `-t', `-u',
       `-1', `--'.
       De overige opties zijn GNU-extensies.


VERTALING
       Dit is een handleiding van ls als gedistribueerd met fileutils 4.01,
       inclusief informatie uit de originele manpage en info-handleiding.
       Alles wat tussen `{'..`}' staat is aanvullende vertaling, en hoort niet
       bij de originele handleiding.  Email naar <manpages-nl@nl.linux.org>.

       $Id: ls.1,v 1.1.1.1 2004/03/21 21:02:25 cor Exp $




GNU fileutils 4.01                 May 2000                              LS(1)